Pranasi Libi: Opgroeien op Plantage Alliance

Verteller: Opa Marimin
Plaats: Alliance

Ik heb best wel een eenvoudige jeugd gehad. Voordat ik naar school ging at ik een beetje rijst en na school at ik weer hetzelfde. Dat was onze maaltijd.

Wij hadden niet veel, want we waren ‘poti sma’ (arme mensen). Mijn moeder had in totaal veertien kinderen; zeven van deze kinderen heeft zij zelf verzorgd en de overige zeven werden door kennissen verzorgd. Bij de geboorte van de kinderen, vroegen deze kennissen aan mijn moeder om haar kind af te staan, “a ben’ prati den’pikin” (ze gaf haar kinderen weg). In die periode was het best moeilijk om zoveel kinderen te verzorgen. Heden zijn zes van mijn broers en zusters nog in leven. Ik was het tweede kind van mijn moeder, dus één van de ouderen.

Mijn moeder is nu ook al overleden; dit gebeurde tijdens de geboorte van mijn jongste zus. Het was best wel een opmerkelijke gebeurtenis. ‘Mi ma ati bron’ (maar ik was er heel boos over); nadat mijn moeder een nare ervaring had met één van mijn andere zusters, maakte mijn moeder uit boosheid de opmerking “als ik bij de volgende bevalling weer een dochter krijg, ga ik eerder dood!”. Bij de geboorte van mijn jongste zus gebeurde dit werkelijk.

Wat ik mij als kleine jongen ook nog kan herinneren is dat wij geen electriciteit hadden; wij sliepen met een kokolampu, een zelfgemaakte olielamp. De kokolampu werd s’avonds aangemaakt om een beetje licht te schijnen in de kamer, maar het was wel veel werk om het schoon te maken. De binnenzijde van de kokolampu raakte zwart door het rook “ala sani ben blaka”!                                                                                                                                                

In mijn jonge jaren was ik ook een ‘top sporter’, maar sporten betekende in die tijd iets anders. Sporten stond voor ‘dansi, dringi, presiri, nanga koiri’ (dansen, borrelen, plezier en uitgaan). Ik hield van whisky drinken, bijna al het geld dat ik had ging naar drank. Ik was ook een goede danser, ‘mi na meester fu dansi’ (ik was grootmeester van de dans), ik kon op alle soorten muziek dansen; merengue, bachata, mashed potato, waltz…ala sani (alle stijlen)! De meeste dansstijlen heb ik zelf geleerd door naar films te kijken. Feestjes werden in die tijd gehouden in de recreatiezaal; het werd best druk bezocht! In die tijd woonden zeker 3000 mensen op Alliance.

Nu ben ik al 87 jaar en reeds met pensioen. Mijn pensioenuitkering is niet veel, dus af en toe doe ik nog een paar extra dingen om iets erbij te verdienen. Vroeger bouwde ik als voorman huizen voor mensen, dit huis waar ik nu woon, heb ik zelf gebouwd! Een aantal huizen op Alliance zijn door mij gebouwd. Nu doe ik het wat rustiger aan, ik bouw geen huizen meer voor mensen, maar “nownowde mi bow oso fu den fowru” (tegenwoordig bouw ik huizen voor de vogels), dit zijn kooien voor verschillende zangvogels zoals de picolet en rowtie.

Het is een hobby die nu uitgegroeid is tot een bezigheid waarmee ik wat extra centjes mee verdien.

Geef een reactie

Reageer op dit bericht

1 Reacties

  • Jerio Doelgani

    Pranasi libi

    Mooi verhaal, heel veel kan ik mij inbeelden wat deze man heeft meegemaakt. Ergens in de 90 jaren heb ik een reis gemaakt naar Bakkie. Leuke ervaring ook met de mamlira's en maskitas.

Back To Top