Het ontstaan van winkel Robby

Auteur: Aashnie Kanhai
Verteller: Robby Jewlal
Plaats: Margaretha

Ik ben Robby Jewlal. Ik ben geboren in 1956 in Kronenburg. We leefden daar van de veeteelt.

Mijn vader had veel koeien en vanaf m’n vierde jaar moest ik meehelpen; gras maaien, koeien melken. 

Op gegeven moment moesten we van Kronenburg verhuizen. Waarom?

In 1965 ging de achterdam kapot. Zoutwater kwam binnen. Destijds werd in Kronenburg rijst verbouwd, alle rijstvelden raakten verzild en bijna 60% van de bevolking van Kronenburg verhuisde.

Wij vertrokken in 1969 naar Margarita waar ik naar school ging.

Daar kocht mijn vader een oude winkel. Ik zat in de vijfde klas. M’n ouders hadden 11 kinderen. De overname van de oude winkel was niet voldoende om zo een groot gezin te onderhouden, dus ging ik ook werken in Marienburg. Van 1971 tot 1990 heb ik gewerkt in Marienburg en in 1990 nam ik de winkel van m’n vader over. Het ging toen slecht met de winkel, die was bankroet.

Nadat ik de winkel overnam ging het goed. En nog steeds. Dat komt door de inzet van mijn vrouw en ik.

Ik begon de winkel met een eigen vermogen van slechts 450 gulden. Op een Zundap bromfiets kocht ik alle spullen helemaal in Paramaribo. Zakken uien, aardappel, blom, blikken boter; van alles kocht ik er zes. Dat ging allemaal mee op de bromfiets. 

Ik werkte op den duur buiten; mijn vrouw in huis en in de winkel. Tot nu toe.  Na enkele jaren heb ik wel een auto gekocht en werd het gemakkelijker.

Maar om het probleem van goederentransport vanuit Marienburg naar Margarita op te lossen, had ik toen ook een eigen boot nodig. De bootsmannen konden niet altijd varen, soms hadden ze een feest, soms een sportwedstrijd. En daar zat ik dan aan de overkant met alle ingekochte spullen. Ik heb dan een nieuwe boot gekocht bij de botenmaker van Kronenburg en een 25 pk buitenboord motor aangeschaft. De boot kostte ongeveer 1.250 gulden. Nu heb ik vijf boten van mezelf. Twee daarvan werden met de steun van meneer Van Alen ingezet om zijn arbeiders van Marienburg naar Rust en Werk te varen. Dat gebeurt nog steeds. Een van die twee boten wordt door mijn broer bevaren en de andere door mijn kleinzoon. Want iedereen moet iets verdienen...

Geef een reactie

Reageer op dit bericht

0 Reacties

Back To Top